Uno Flip
lichte en donkere kant
Uno is een kaartspel voor 2 tot 10 spelers waarbij je als eerste al je kaarten wilt wegspelen. Elke speler begint met 7 kaarten en speelt om de beurt een kaart die qua kleur, cijfer of symbool past op de bovenste kaart van de aflegstapel. Heb je nog één kaart over? Dan roep je "Uno!". Wie als eerste geen kaarten meer heeft, wint de ronde.
Het doel van Uno is simpel: wees de eerste speler die al zijn kaarten kwijt is. Een complete pot bestaat uit 108 kaarten en je speelt met 2 tot 10 spelers. Je legt om de beurt een kaart op de aflegstapel die past op de kleur of het getal van de bovenste kaart. Kun je niet leggen, dan trek je een kaart van de trekstapel.
Uno wordt meestal in meerdere rondes gespeeld. Wie een ronde wint, krijgt punten voor alle kaarten die de andere spelers nog in hun hand hebben. Volgens de officiële Mattel-regels speel je door tot één speler 500 punten heeft — die speler wint het hele spel. Veel mensen spelen ook gewoon één ronde per potje; beide varianten zijn prima.
Uno werd in 1971 bedacht in de Verenigde Staten en is inmiddels een van de best verkochte kaartspellen ter wereld. Het spel is geschikt voor het hele gezin: de regels zijn in een paar minuten uit te leggen, maar door de actiekaarten en de tactiek van het juiste moment kiezen blijft elk potje spannend. Je hebt geen speciale ondergrond of scorebord nodig — alleen de 108 kaarten en minimaal twee spelers. Een gemiddeld potje duurt tussen de 10 en 30 minuten, afhankelijk van het aantal spelers en of je met puntentelling speelt.
De kern van Uno is steeds hetzelfde: kleur, cijfer of symbool laten aansluiten op de vorige kaart. Wie dat principe eenmaal doorheeft, kan meteen meespelen. Juist die eenvoud maakt Uno zo populair op verjaardagen, vakanties en campings.
Uno wordt over de hele wereld gespeeld en is er in talloze edities, van reisformaten tot themaversies. Toch blijft de klassieke pot met 108 kaarten veruit het populairst. Of je nu met twee spelers een snelle ronde speelt of met een grote groep aan tafel zit: de regels blijven hetzelfde, en juist dat maakt Uno al meer dan vijftig jaar een vaste waarde bij gezinnen, op feestjes en tijdens vakanties. In deze gids vind je alle officiële regels, de betekenis van elke kaart en antwoord op de meestgestelde vragen.
Direct antwoord: Elke speler krijgt bij de start 7 kaarten. De rest van de kaarten vormt de trekstapel; de bovenste kaart daarvan wordt omgedraaid en vormt het begin van de aflegstapel.
Zo begin je een potje Uno:
Wil je precies weten hoeveel kaarten je krijgt en wie er begint? Lees meer over hoeveel kaarten je bij Uno krijgt.
Direct antwoord: Je speelt Uno door om de beurt een kaart te leggen die dezelfde kleur, hetzelfde getal of hetzelfde symbool heeft als de bovenste kaart op de aflegstapel. Kun je niets leggen, dan trek je één kaart.
Stap voor stap verloopt een beurt zo:
De beurt gaat normaal met de klok mee, tot een Reverse- of Skip-kaart de richting verandert of een speler overslaat.
Een paar situaties komen zo vaak voor dat ze het waard zijn om apart te noemen. Je bent niet verplicht een kaart te leggen, ook niet als je een passende kaart hebt — maar dan moet je wél zelf een kaart trekken. Je kunt je beurt niet zomaar overslaan. Trek je een kaart die je meteen kunt leggen, dan mag je zelf kiezen of je hem speelt of houdt.
Wat gebeurt er als de trekstapel leeg raakt? Dan pak je de aflegstapel, laat je de bovenste kaart liggen, schud je de rest en leg je die als nieuwe trekstapel neer. Zo kan een potje in principe eindeloos doorgaan tot iemand al zijn kaarten kwijt is. Deze regels gelden voor het klassieke spel; de meeste Uno varianten gebruiken dezelfde basis, met hier en daar een extra kaart of uitzondering.
Naast de gewone cijferkaarten (0 tot en met 9 in vier kleuren) heeft Uno vijf soorten actiekaarten. Deze kaarten veranderen het spel: ze laten een speler overslaan, draaien de richting om of dwingen een tegenstander kaarten te pakken.
| Kaart | Kleur | Actie | Punten |
|---|---|---|---|
| Skip (Sla over) | Rood/Blauw/Groen/Geel | Volgende speler wordt overgeslagen | 20 |
| Reverse (Omkeren) | Rood/Blauw/Groen/Geel | Speelrichting draait om | 20 |
| +2 (Pak twee) | Rood/Blauw/Groen/Geel | Volgende speler pakt 2 kaarten en slaat beurt over | 20 |
| Wild (Kleurenkeuze) | Zwart | Kies een nieuwe kleur | 50 |
| Wild +4 (Draw Four) | Zwart | Kies kleur + volgende speler pakt 4 kaarten | 50 |
De twee zwarte Wild-kaarten nemen een aparte plek in. Een gewone Wild-kaart mag je op elk moment spelen, ongeacht de kleur of het getal op de aflegstapel — je kiest daarna zelf met welke kleur er verder wordt gespeeld. De Wild +4 is de krachtigste kaart in het spel: de volgende speler pakt vier kaarten én slaat zijn beurt over, en ook hier kies jij de nieuwe kleur. Volgens de officiële regels mag je een Wild +4 alleen spelen als je geen andere kaart hebt die qua kleur past — een regel die veel spelers niet kennen.
De +2-kaart lijkt daarop, maar blijft binnen één kleur en dwingt de volgende speler twee kaarten te pakken. Samen zorgen deze kaarten ervoor dat de spelrichting, de beurtvolgorde en het aantal kaarten in elke hand voortdurend verandert.
Elke actiekaart heeft zijn eigen regels en uitzonderingen. Bekijk het complete overzicht van alle Uno actiekaarten voor de details per kaart, inclusief wanneer je ze mag spelen.
Direct antwoord: Je roept "Uno!" op het moment dat je nog maar één kaart in je hand hebt — dus vlak voordat of terwijl je je voorlaatste kaart legt. Vergeet je het te roepen en betrapt een tegenstander je erop, dan pak je 2 strafkaarten.
Het roepen van "Uno!" is een van de bekendste regels van het spel, en juist daar gaat het vaak mis. Volgens de officiële regels moet je "Uno!" roepen voordat je hand door de andere spelers is opgemerkt. Roept iemand anders eerder "Uno!" en wijst hij jou aan, dan ben je te laat. Lees de volledige regels over wanneer je Uno moet roepen.
Direct antwoord: Aan het einde van een ronde krijgt de winnaar punten voor alle kaarten die de andere spelers nog in hun hand hebben. Cijferkaarten tellen hun eigen waarde, actiekaarten tellen 20 punten en Wild-kaarten 50 punten.
| Kaarttype | Puntenwaarde |
|---|---|
| Cijferkaarten (0–9) | Nominale waarde (een 7 = 7 punten) |
| Skip, Reverse, +2 | 20 punten per kaart |
| Wild, Wild +4 | 50 punten per kaart |
Een potje gaat volgens de officiële Mattel-regels door tot iemand 500 punten heeft verzameld. Wil je precies weten hoe je punten telt en optelt? Bekijk de uitgebreide uitleg over de Uno puntentelling.
Direct antwoord: Uno werd in 1971 uitgevonden door Merle Robbins, een kapper uit de Amerikaanse staat Ohio, die het spel bedacht om een discussie met zijn zoon over de regels van Crazy Eights te beslechten.
Robbins investeerde 8.000 dollar om de eerste 5.000 spellen te laten drukken en verkocht ze aanvankelijk vanuit zijn eigen kapperszaak. In 1972 verkocht hij de rechten aan een groep investeerders, en later kwam het spel in handen van speelgoedgigant Mattel, die Uno vandaag de dag nog steeds uitgeeft. Sindsdien zijn er wereldwijd honderden miljoenen exemplaren verkocht en bestaan er tientallen speciale edities en varianten.
De basisregels zijn in ruim vijftig jaar nauwelijks veranderd. Dat is een van de redenen waarom Uno van generatie op generatie wordt doorgegeven: wie het als kind leerde, kan het zonder opnieuw te leren met zijn eigen kinderen spelen. Wil je precies weten hoe het spel zich ontwikkelde? Lees de uitgebreide geschiedenis van Uno.
Direct antwoord: Volgens de officiële Mattel-regels mag je niet stapelen: leg iemand een +2 of +4 op jou, dan pak je de kaarten en mag je er geen +2 of +4 overheen leggen. In de praktijk speelt bijna iedereen met de populaire huisregel dat stapelen wél mag.
Stapelen (of "doorschuiven") is misschien wel de meest besproken huisregel van Uno. Mattel bevestigde officieel dat het niet is toegestaan — maar omdat het spel er spannender van wordt, spelen veel huishoudens er tóch mee. Spreek daarom vóór het potje af of stapelen mag. Lees meer over stapelen en de +2- en +4-kaarten.
Zelfs ervaren spelers overtreden regelmatig de officiële regels — meestal zonder het te weten. Door deze veelgemaakte fouten te kennen, speel je niet alleen volgens de echte regels, maar win je ook vaker.
De bekendste fout is denken dat je een Wild +4 altijd mag spelen. Volgens de officiële Mattel-regels mag dat alleen als je geen enkele kaart in de passende kleur hebt. Wie het toch doet en betrapt wordt, moet de vier kaarten zelf pakken. Een tweede veelgemaakte fout gaat over de Reverse-kaart bij twee spelers: veel mensen slaan hem dan over, maar de Reverse werkt met 2 spelers juist als een Skip — je bent meteen weer zelf aan de beurt.
Ook het "Uno!" roepen gaat vaak mis: je moet het roepen bij je voorlaatste kaart, niet nadat je je laatste kaart hebt gelegd. Vergeet je het, dan volgen 2 strafkaarten. Tot slot denken veel mensen dat stapelen officieel is toegestaan — dat is het niet, ook al speelt bijna iedereen met die huisregel. Spreek daarom vooraf af welke huisregels gelden, zodat er tijdens het spel geen discussie ontstaat.
Staat je vraag er niet bij? Bekijk dan alle veelgestelde vragen over Uno.
Naast het klassieke spel bestaan er tientallen Uno-varianten met eigen regels. De bekendste zijn Uno Flip (met een lichte en donkere kant), Uno No Mercy (met straffen tot 10 kaarten) en Uno Junior voor jonge kinderen. Elke variant heeft zijn eigen spelregels, maar de basis blijft hetzelfde.
lichte en donkere kant
meedogenloze straffen
voor kinderen
met kaartenwerper
leg twee kaarten